
Persoonlijk
Ik ben Klaas van Hoek, geboren en getogen in de mooie stad Groningen. Van 1985-1995 studeerde ik aan de Theologische Universiteit Kampen aan de Broederweg (nu Theologische Universiteit Utrecht). Na mijn afstuderen durfde ik het niet direct aan om predikant te worden. Ik werkte 4 jaar als postbode en gaf wat catechisatie.
In Kampen leerde ik Liesbeth Visscher kennen. Het klikte en we trouwden in 1996. Tussen 1997 en 2007 kregen we vijf kinderen; de meesten zijn inmiddels het huis uit.
Van gemeentepredikant tot geestelijk verzorger
Via een ouderlingschap in de Eudokiakerk en Bazuinkerk in Kampen van 1998-2000 gaf God me een duwtje om toch ‘dienaar van het Woord’ te worden. In april 2000 werd ik dominee in Brouwershaven en in augustus 2006 in Nieuwleusen. Na een coachingstraject in 2012-2013 besloot ik om geestelijk verzorger te worden. In 2014 nam ik afscheid van Nieuwleusen. Sinds najaar 2016 wonen we in IJsselmuiden.
God bracht gelukkig nieuw werk op mijn pad. Ik werkte eerst in deeltijd als pastoraal werker (in Sint Jansklooster en Vollenhove) en als geestelijk verzorger bij twee zorginstellingen (op drie locaties) in de ouderenzorg: De Westerkim in Hoogeveen en bij twee locaties van Coloriet, De Regenboog en De Kroon in Dronten (van 2020-2024 ook in De Sfinx in Zeewolde). Sinds 2019 werk ik fulltime als geestelijk verzorger bij deze twee zorginstellingen. Ik vind het een voorrecht om te mogen gaan met ouderen, zorgmedewerkers en vrijwilligers, afkomstig uit allerlei of geen kerken. Ik ervaar bij mijn vieringen vaak iets van wat ds. Arie van der Veer (+2024) de ‘oecumene van het hart’ noemde.
Predikant met een bijzondere taak
Dankbaar ben ik, dat de (GKV, nu:) NGK Hoogeveen-De Opgang bereid was mij in 2017 te beroepen als predikant met een bijzondere taak, namelijk geestelijk verzorger in de ouderenzorg. Daardoor mag ik blijven voorgaan in de kerken en ook in zorginstellingen het avondmaal vieren.
Wat ik met taal, gedichten en liederen heb
Taal, woorden en muziek hebben iets fascinerends. Zeker ook als je ze kunt zingen, zoals in de kerk. Woorden roepen beelden op, kunnen je ontroeren, prikkelen, troosten, vergezichten geven, enz. Gaandeweg ben ik gevoeliger geworden voor de zeggingskracht van taal en muziek. Daardoor begon ik sinds 2016 ook zelf gedichten en vooral liederen te maken.
Mijn eerste lied maakte ik in de Paastijd van 2016, toen ik een overdenking maakte over Johannes 11:25-26 (‘Ik ben de opstanding en het leven.’). Deze tekst staat ook op de grafsteen van mijn ouders. Mijn moeder Tilly overleed in 2012 (75 jaar), mijn vader Wim in 2019 (82 jaar).
De kracht van taal, woorden en liederen leerde ik al vroeg kennen en ervaren via school, kerk, radio, TV, concerten en koren. In mijn jeugd hadden we lange tijd in de kerk alleen 150 psalmen en 41 gezangen. Sinds mijn theologische studie ging er een wereld aan gezangen en muziek voor me open. Rond de eeuwwisseling nam het aanbod liederen enorm toe, mee door de EO, Opwekking en Sela. De opkomst van internet en de beamer en versterkten een en ander.
Als predikant / geestelijk verzorger maak ik graag van allerlei soorten liederen gebruik. Wel heb ik een lichte voorkeur voor de meer klassieke kerkliedtraditie. Die past ook goed bij m’n werk in de ouderenzorg. Psalmen, gezangen en liederen hebben mijn leven en geloof verrijkt, getroost en geraakt, en ook dat van veel andere mensen. In alle bescheidenheid hoop ik dat mijn werk dat ook een beetje mag doen.