Melodie: Psalm 103 (OB/LB/GKb).
Bijbelse resonanties: Romeinen 5:8-10; 8:32; Efeziërs 3:16-19; Johannes 3:16; 6:35,47-57; e.a.p.
Voor: als danklied (dankzegging) na een avondmaalsviering, al of niet met coupletten uit Psalm 103.
1 U hebt in Jezus alles ons gegeven
om vrij van schuld en door uw Geest te leven.
Aan U de eer, die ons aan tafel riep.
Jezus, uw lichaam werd voor ons gebroken;
uw offer heeft ons, zondaars, vrijgesproken.
Wat is uw liefde hoog en wijd en diep!
2 U, onze Heer, ons eten en ons drinken,
laat in ons lijf en hart uw liefde zinken.
Wij veren vrolijk op van brood en wijn.
Uw Geest verbindt de hemel met de aarde;
ons leven hier ontvangt voor eeuwig waarde.
Wat heerlijk zal uw nieuwe wereld zijn!
KvH, 14 juni 2026 | ook te vinden op www.dichtbijdebijbel.nl

Toelichting bij dit lied
Dit is een avondmaalslied, dat zowel nieuw als vernieuwd is, Het staat in het teken van de dankzegging en doet dat in de tweede persoon naar God: U / uw.
In het (lange) klassieke gereformeerde avondmaalsformulier wordt na de viering van het heilig avondmaal eerst een deel van Psalm 103 gelezen. Dan volgt er een parafrase van enkele Bijbelwoorden uit Romeinen.
In 2008 kwam van dit formulier digitaal een vernieuwde versie beschikbaar in de GKV naast de tekst van het Gereformeerd Kerkboek (2006), die aansloot bij de vertaling NBV 2004. Na Psalm 103 volgde dan:
Zal Hij, die zijn eigen Zoon niet heeft gespaard, maar Hem omwille van ons allen heeft prijsgegeven, ons met Hem niet alles schenken? (Romeinen 8:32) God bewees ons zijn liefde doordat Christus voor ons gestorven is toen wij nog zondaars waren. Des te zekerder is het dus dat wij, nu we door zijn dood zijn vrijgesproken, dankzij Hem zullen worden gered en niet veroordeeld. Werden we in de tijd dat we nog Gods vijanden waren al met Hem verzoend door de dood van zijn Zoon, des te zekerder is het dat wij, nu we met Hem zijn verzoend, worden gered door zijn leven. (Romeinen 5:8-10).
Dat leidde in 2016 tot mijn lied ‘Zal Hij niet alles aan ons willen geven’, op de melodie van Psalm 103. Zo kon ik naast één of twee verzen uit Psalm 103 ook de teksten uit Romeinen laten zingen. Iets wat ik voor het eerst deed in de GKV Marknesse eind 2016 en sindsdien ook vaker in andere avondmaalsdiensten. (Onderaan is dit lied afgebeeld met een foto die in 2022 op Facebook en in 2023 op mijn site kwam.)
Sinds eind 2025 mag ik ook bijdragen aan Dicht bij de Bijbel (www.dichtbijdebijbel.nl). De mededichters gaven me waardevolle feedback op mijn oorspronkelijke lied. Het leidde zelfs tot een tweede couplet.
Het lied kan eventueel ook los van Psalm 103 gezongen worden en is eigentijdser en directer geworden.
In couplet 1 resoneren nog steeds de twee Bijbelgedeelten uit Romeinen 8 en 5. Tegelijk is meegenomen, dat in NBV boven Romeinen 8 staat: Leven door de Geest. Zo bezingen we twee weldaden van Christus: zijn gerechtigheid (door Hem zijn we vrij van schuld voor God) én zijn heiligheid (door zijn Geest willen we voor Hem leven). Zie ook de Heidelbergse Catechismus, Zondag 1.1; 3.6; 6.18; 7.21; 17.45; 20.53; 23.60; 28.75 en 76; 29.79; 30.81 (over het avondmaal).
In couplet 2 kon ik Johannes 6 verwerken. Jezus zegt: ‘Ik ben het levende brood’ (6:51) en Hij spreekt ook over ‘zijn lichaam eten en zijn bloed drinken’ (6:53-59). Een mededichter van Dicht bij de Bijbel wees erop om dat ‘eten en drinken’ niet alleen geestelijk is op te vatten (in ons hart, zoals ik eerst alleen had), maar ook aards: met je lijf, je lichaam eten en drinken. Zo concreet is avondmaal vieren!
Tegelijk kon ik een ander aspect verwerken.
Couplet 1 bezingt – het kwam al even aan de orde – de gerechtigheid of vrijspraak door het geloof in Christus. Dat past ook bij de teksten uit Romeinen 5 en 8. Een andere dichter wees op wat het klassieke formulier zegt over de drie schatten van het avondmaal. Citaat uit het Onderwijzend deel van dat formulier: ‘(Jezus heeft…de levendmakende Geest verworven). Door die Geest, die in Hem als in het Hoofd en in ons als zijn leden woont, doet Hij ons in zijn gemeenschap leven en geeft Hij ons deel aan al zijn schatten: het eeuwige leven, de gerechtigheid en heerlijkheid.’ Zou het niet mooi zijn, die andere twee schatten ook te bezingen? Zo werd ik uitgedaagd om er een tweede couplet bij te dichten.
Couplet 2 bood daar ruimte voor, ingeleid door wat er over de Geest gezegd is: ‘Uw Geest verbindt de hemel en de aarde’ (denk aan de Geest die in Christus en in ons als zijn leden woont).
Over het eeuwige leven zegt Jezus in Johannes 3:14-17 veelbelovende zaken: ‘Wie gelooft in de Zoon, die gaat niet verloren, maar hééft eeuwig leven.’ Dat eeuwige leven begint niet pas als je sterft, maar hier en nu als je gelooft in Jezus Christus: ‘Het eeuwige leven, dat is dat zij U kennen, de enige God, en Hem die U gezonden hebt, Jezus Christus’ (Johannes 17:3) In het lied is geprobeerd iets daarvan te vangen in de zin: ‘Ons leven hier ontvangt voor eeuwig waarde’. Als dat al zo’n kostbaar geschenk is, dan is het perspectief van de heerlijkheid (de glorie of luister, waarin God eens de Zijnen zal laten delen) iets waar we van mogen dromen en naar uitzien: ‘Wat heerlijk zal uw nieuwe wereld zien!’ Juist bij het avondmaal zien we uit naar dat komende Bruiloftsmaal.
Qua muziek en ritmiek zijn er bij gebruik van de melodie van Psalm 103 enkele leuke momenten.
In couplet 1, r. 1 ligt het accent en hoogtepunt bij ‘Jezus’, terwijl ook ‘alles’ en ‘ons’ een accent krijgen. In de laatste regel gaan de woorden ‘hoog, wijd en diep’ muzikaal van hoog naar laag.
In couplet 2, r. 2 gaat het over Jezus die zijn liefde in ons laat zinken; ook daar een neergaande muzikale lijn die past bij wat je zingt. Terwijl r. 3 het opleven en leven uit Gods liefde bijna dansend weergeeft.
De bemoedigende slotregel biedt een mooi klankrijm: ‘hoe héérlijk / wereld’.
Hieronder de oude versie van 2016

© 2026 Klaas van Hoek